Oever - Ludwig Volbeda
Een zeldzame toestemming om even niet te weten wie we zijn.
Sommige boeken nemen je niet mee, maar lijken de tijd even stil te zetten. In een samenleving waarin we voortdurend aangespoord worden om te weten wie we zijn, voelde dit boek juist als een toestemming om het even niet te weten.
Ludwig Volbeda (°1990) veroverde als illustrator al heel wat prijzen. In Oever zorgt hij naast beelden deze keer ook voor woorden, die hij schrijft vanuit observatie en aandacht. Zijn achtergrond als beeldend kunstenaar sijpelt duidelijk door in zijn taalgebruik. Volbeda won, als jonge illustrator, al tweemaal 'Het Gouden Penseel'. Ook als auteur viel hij in de prijzen. Zo won hij met Oever 'De Woutertje Pieterse Prijs'. Deze literatuurprijs, die zich richt op taal, genre, thema, illustratie en vormgeving, wordt jaarlijks toegekend. Een leuke weetje: Woutertje Pieterse is een directe verwijzing naar een personage uit 'Multatuli'.
"De lucht was donker geworden. Ik plukte pluisjes van mijn trui en duwde ze diep inde ruimtes tussen de tegels van de oprit."
Dit verhaal kan je onmogelijk in één keer uitlezen, je moet er echt je tijd voor nemen. (met de nodige boetes tot gevolg, oeps.) De schrijfstijl van Volbeda vroeg iets van mij als snelle lezer. De complexe zinnen over alles en niets, de stiltes en de beschrijvingen dwongen me om te vertragen. Eerlijk gezegd vond ik dit eerst wat ongemakkelijk. Ik ben zo gewend dat verhalen mij meenemen en moest daarom even schakelen. Echter schuilt in die traagheid net de kracht van dit boek. De tekst legt niets uit, maar geeft je ruimte om te denken én te voelen. Oever toont hoe moeilijk het kan zijn om woorden te vinden voor wat er in ons gebeurt, zeker wanneer de buitenwereld vooroordelen klaar heeft liggen.
Het thema van het 'ertussenin' zijn staat centraal. Niet helemaal ergens bij horen, maar er ook niet helemaal van gescheiden zijn. Dat gevoel herken ik niet alleen bij jongeren, maar ook bij mezelf, en bij leerlingen in mijn stageklassen. Identiteit, gender, kwetsbaarheid, eenzaamheid en verlangen naar verbinding lopen als een rode draad doorheen het verhaal. Toch maken deze complexe thema's het verhaal niet zwaar of triest. Tijdens het lezen dacht ik vaak aan de leerlingen die ik doorheen de jaren ontmoette. Aan de leerlingen die niet luid zijn, niet opvallend, maar wel zoekend. In een onderwijssysteem dat vaak focust op doelen, prestaties en duidelijke antwoorden, biedt Oever iets anders. Het nodigt uit tot gesprek zonder dat er één juiste conclusie moet zijn. Ik denk dat jongeren vandaag nood hebben aan die vertraging, maar ook aan taal voor deze twijfel, voor stilte en voor het gevoel dat niet alles meteen opgelost of voor de hand liggend moet zijn.
Hoe ga jij om met verhalen die weigeren alles uit te leggen? Kan jij vertraging verdragen?

Reacties
Een reactie posten